Waarom branden we kaarsjes?

Vuur en licht worden sinds mensenheugenis al gebruikt in religie en spiritualiteit. Licht en donker maar ook dag en nacht staan vaak symbool voor leven en dood.

Bij veel geloven heeft het aansteken van een kaars nog steeds een religieuze betekenis. De paaskaars staat symbool voor Gods liefde. Joodse mensen vieren Chanoeka, het feest van de lichtjes. Allerzielen is de dag waarop de doden worden herdacht en er voor hen een kaarsje wordt gebrand. Tijdens de speciale mis of kerkdienst worden de namen van de overledenen voorgelezen. Zo worden zij niet vergeten.

Tegenwoordig zijn steeds minder mensen aangesloten bij een kerk, toch zijn zij op zoek naar rituelen voor troost en houvast. Zeker wanneer er iemand in hun omgeving is doodgegaan. Wie een overledene wil herdenken heeft vaak behoefte aan iets zichtbaars of tastbaars. Er is behoefte aan een ritueel om de gedachte aan de overledene levend te houden.

Het aansteken van een kaarsje is dan vaak een passend ritueel. Het maakt het gemis of een bepaald gevoel van verlies of verdriet ineens tastbaar en dat biedt troost. Een brandende kaars geeft licht en warmte en het aansteken hiervan kan een moment van bezinning zijn.

Veel mensen branden graag kaarsen wanneer ze horen dat iemand ernstig ziek is, wanneer er een ramp is gebeurd of op de sterfdag van een geliefde.

Niet alleen in de kerk maar óók thuis kan het branden van een kaarsje een speciale betekenis krijgen. Men kan zelf kiezen welk ritueel of welke symboliek het beste past bij de eigen spiritualiteit of geloofsbeleving. Zo kan een kaarsje een mooi symbool worden in een aandachtshoekje in je eigen huis.

Elke RememberBox bevat daarom twee kaarsjes die men thuis kan branden om nog eens stil te staan bij overledene en de familie die hij of zij achterlaat.

“Remember me and smile.”